> Uitgeverij Pepijn: voor maatschappelijk relevante en journalistiek hoogwaardige boeken. - - Home uitgeverijpepijn-nl
 
 

  Direct naar het bestelformulier: klik hier

De Ambtenarenplaag

Herman Jansen

Bijna uitverkocht!

Oktober 2006

978 90807574 79

Na Belgenmoppen zijn moppen over ambtenaren het meest populair. Maar waar een Belgenmop vaak gestoeld is op vooroordelen, schuilt in de meeste ambtenarenmopjes een kern van waarheid. Of toch niet? Zijn ambtenaren wel zo lui, arrogant, bedilzuchtig en ongemotiveerd als de meeste niet-ambtenaren denken? Herman Jansen dook in de archieven, sprak met ambtenaren (die anoniem wensten te blijven) en kwam tot een schokkende ontdekking: Nederland gaat gebukt onder een plaag, de Ambtenarenplaag.

Het wordt de hoogste tijd dat we die plaag gaan bestrijden.


De winkelprijs van het boek bedraagt 14,95 euro. Bij bestelling via deze website is deze prijs inclusief BTW en verzendkosten. Boek leverbaar vanaf 2 oktober 2006.



Recensies: Er staan 2 recensies op deze pagina.




Recensie 1
Reactie van de weblog van Raphael Smit, gemeenteraadslid in Amersfoort
Zorgen over onze bureaucratie
Vrijdag 23 oktober 2006

Een aanrader: het boekje 'De ambtenarenplaag' van Herman Jansen. Eigenlijk zou elk lid van de Amersfoortse gemeenteraad het moeten lezen. Het boekje bevat géén ambtenarengrappen, maar gaat in op een aantal vooroordelen die er leven ten aanzien van de bureaucratie in ons land. Wie het boekje heeft gelezen, komt waarschijnlijk tot de conclusie dat het met een aantal misstanden binnen de overheid nog slechter is gesteld dan gedacht – dat gold althans voor mij. Natuurlijk, in Amersfoort is alles veel beter geregeld, dus het is niet van toepassing op de situatie in onze stad. Of toch?

'De ambtenarenplaag' is dusdanig geschreven dat al mijn raadscollega’s – ook diegenen die altijd klagen over gebrek aan tijd – het vlot kunnen weglezen. Geen zwaar wetenschappelijk werk, maar een boekje waarin veelal zorgwekkende waarnemingen, die aan de hand van voorbeelden, feiten en aangehaald onderzoek worden geïllustreerd, helder op een rij worden gezet. De hoofdstukken zijn opgebouwd rondom de beweringen: ambtenaren zijn bureaucraten, ambtenaren verzinnen te veel regels, er zijn teveel ambtenaren, ambtenaren smijten geld over de balk, ambtenaren maken misbruik van hun macht, ambtenaren houden niet van transparantie.
Het zijn allemaal onderwerpen die het aan de borreltafel altijd goed doen. Maar wie de constateringen van Herman Jansen tot zich heeft genomen, realiseert zich dat de problemen die hij aanstipt ver boven het niveau van de borreltafel liggen. We leven niet in een politiestaat, maar in een ambtenarenstaat, constateert hij in zijn boekje. En als je het leest, blijken de burgerlijke nadelen van beide systemen niet zover uit elkaar te liggen.

Bestel dit boek. Klik hier




Recensie 2
Help! Elk vooroordeel over ambtenaar klopt
Door Stef van Delft

‘Nederland is ziek. De ziekte heet de ambtenarenplaag. En de bestuurders zijn de grootste luizen.’ Met deze woorden eindigt Herman Jansen zijn boek De ambtenarenplaag, waarin hij met nauwelijks verholen woede zijn gram haalt op de almacht van de Nederlandse ambtenarencultuur. 

In een tijd waarin de grote politieke partijen een forse reductie van het ambtenarenapparaat prominent op de verkiezingsprogramma’s hebben staan, is Jansens boek De ambtenarenplaag, vooroordelen over ambtenaren, waarheid of onzin? een feest van herkenning. Het boek roept onherroepelijk de eigen frustrerende ervaringen met ambtelijke instanties naar boven en de verleiding is groot deze recensie vol te schrijven met dergelijke verhalen uit de eigen omgeving. Nou vooruit, eentje dan: mijn vader, Jan van Delft, was dertig jaar geleden directeur van een kleine MAVO in het Brabantse Gilze. Hij vond het al erg genoeg dat hij – gedwongen door overheidsregels – als directeur nog maar heel beperkt les mocht geven. Maar het ergste was dat hij vervolgens een deel van zijn tijd moest besteden aan het invullen van ‘onzinnige enquêtes’ van het ministerie van Onderwijs, onder bedreiging van het intrekken van subsidies. Totdat hij besloot die enquêtes maar niet meer in te vullen. De oningevulde vragenlijsten en de steeds dreigender herhalingsverzoeken vulden al snel een hele kast. Maar verder heeft hij nooit meer wat vernomen, terwijl de gelden gewoon binnenkwamen. ‘Gelukkig weten ze op dat ministerie van elkaar niet waar ze mee bezig zijn’, lachte hij dan.

Sinds die tijd is alles nog veel erger geworden. Herman Jansen schetst in zijn boek hoe binnen een uitdijende overheid ambtenaren voor een steeds groter deel vooral elkaar controleren en bezighouden, maar ook elkaar tegenwerken en niet weten wat de anderen doen. Ook het kabinet-Balkenende heeft ondanks alle goede voornemens niet kunnen voorkomen dat het overheidsapparaat steeds meer de vorm heeft aangenomen van een waterhoofd. Burgers moeten op allerlei manieren verantwoording afleggen aan de overheid, maar diezelfde overheid neemt nauwelijks de moeite zelf enige transparantie tentoon te spreiden, betoogt Jansen. Aan het eind van het boek roept hij burgers en ondernemers van Nederland op niet alles meer te accepteren van de overheid. ‘Zero tolerance dus.’ De vooroordelen waarover de auteur al in de titel van zijn boek rept, ziet hij stuk voor stuk bewaarheid worden: er zijn veel te veel ambtenaren, ze zijn bureaucratisch ingesteld, ze verzinnen veel te veel regels, ze smijten met belastinggeld, en ze maken misbruik van hun macht. Jansen is er uitstekend in geslaagd een verschrikkelijke en mismoedig makende opsomming te geven van alles wat er mis gaat in ambtelijk Nederland. Intussen zit de belastingbetaler met de gebakken peren, want die draait uiteindelijk op voor de almaar toenemende kosten die de overheid maakt. Jansens opsomming komt overtuigend over en is ook zeer de moeite van het lezen waard. Een voor een roept hij de bureaucratische misstanden in herinnering: bij de Immigratie en Naturalisatiedienst, bij de welzijnssector, de Belastingdienst, de zorgsector, de prestatiecontracten met de politie, waardoor agenten zich vooral concentreren op bonnenschrijven.

En zo gaat het maar door. Gelukkig baseert Jansen zich daarbij ook op onderzoek en vult hij zijn eigen waarnemingen aan met die van ervaren overheidswatchers. Zo citeert hij de vice-voorzitter van de Raad van State, Tjeenk Willink, als hij betoogt hoe uitvoerders als politieagenten en leraren moeten werken met complexe regels die politici en overheidsmanagers verzinnen: ‘De normen, protocollen en modellen waarbinnen uitvoerders hun werk moeten doen, passen vaak niet op de problemen die zij ontmoeten. De bureaucratisch-bedrijfsmatige logica past niet op de professionele logica. Elke normering, elk protocol, elk model houdt een reductie in van de pluriforme werkelijkheid waarin de uitvoerders hun vak uitoefenen.’ (Tjeenk Willink in NRC Handelsblad van 29 april 2006). Toch vliegt Jansen ook een aantal keren uit de bocht met boude beweringen als: ‘Het enorme aantal plankzaken getuigt ronduit van onverschilligheid ten aanzien van burgers’ (over het aantal onopgeloste zaken bij de politie). Hij onderbouwt zo’n bewering op geen enkele wijze. Hij roept ook maar wat als hij beweert dat vreemdelingen er juist slecht vanaf komen wanneer de IND aan hen boetes moet betalen bij het te laat nemen van besluiten: ‘De dreiging van een dwangsom leidt tot onzorgvuldige beslissingen, meestal in hun nadeel.’ Het zal best, maar Jansen laat het na hiervan enig bewijs te leveren. Dergelijke losse flodders ontkrachten zijn verder mooie en vlammende betoog over de ambtenarenoverlast.

Bron: Staatscourant, 6 oktober 2006

Bestel dit boek. Klik hier




Recensie 3
Opiniestuk in Trouw, 26 januari 2007
Ambtenarenplaag is niet te beteugelen

Het aantal ambtenaren is volgens een studie van de Raad van Economisch Adviseurs (REA) in de afgelopen vier jaar met 2,6 procent gegroeid. Ondanks het voornemen van het kabinet Balkenende II om de groei van het ambtenarenapparaat te beteugelen. De geschiedenis laat zien dat het ambtenarenapparaat van nature de neiging heeft uit te dijen.

De Engelse econoom Ceryl Northcote Parkinson bestudeerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw het Britse Ministerie van Koloniën en stelde vast dat het aantal ambtenaren in de loop van de jaren toenam, terwijl het aantal koloniën afnam. ‘Hoe kan het,’ vroeg hij zich af, ‘dat de omvang van een ambtelijke organisatie toeneemt, onafhankelijk van de hoeveelheid werk die gedaan moet worden?’ Parkinson vond het antwoord en publiceerde zijn bevindingen in het in 1958 verschenen boek ‘De Wet van Parkinson’.
Hij illustreert dit fenomeen met de introductie van de denkbeeldige ambtenaar A, later door anderen Alfred genoemd. Alfred is een hardwerkende ambtenaar. Zijn baas is tevreden, maar naarmate Alfred ouder wordt, begint hij steeds meer de sleur van de dag te voelen. Hij is toe aan verandering. Alfred kan drie dingen doen. Hij kan ontslag nemen en op zoek gaan naar een nieuwe baan, maar dat levert hem weinig zekerheden op. Hij kan zijn baas proberen te overtuigen dat hij het werk moet delen met een nieuwe collega, maar ook dat is voor Alfred geen voordelige optie, want hij haalt een ‘concurrent’ binnen, die misschien wel twee keer zo hard werkt als hijzelf.
De beste optie voor Alfred is zijn baas te overtuigen dat zijn werk moet worden verdeeld over twee jonge medewerkers, die hij vervolgens kan aansturen en controleren. Dat laatste gebeurt, want zijn baas was vroeger ook een Alfred. Alfred heeft zich met deze ‘promotie’ onmisbaar gemaakt. Hij is immers de enige die de werkzaamheden van beide junioren begrijpt en kan overzien. Op het moment dat de twee junioren ouder zijn, willen ook zij hun werk verdelen over twee nieuwe medewerkers. Alfred zal hier zeker aan meewerken, want hoe meer medewerkers er in zijn afdeling werkzaam zijn, hoe belangrijker zijn positie wordt binnen de organisatie. Uiteindelijk doen zeven medewerkers het werk dat Alfred oorspronkelijk alleen deed.

Je zou verwachten dat de zeven ambtenaren nauwelijks iets te doen hebben en zich de hele dag lopen te vervelen. Maar dat is allerminst het geval. Ze gaan elkaar zodanig bezighouden, dat ze het drukker hebben dan ooit. Er moet vergaderd worden over wie wat gaat doen, ze vragen elkaar om advies en schrijven rapporten om elkaar te informeren. Alfred houdt zich ondertussen bezig met de vraag wie hem moet opvolgen als hij zijn baas, die binnenkort met pensioen gaat, zal vervangen. Bovendien moet Alfred problemen oplossen die tussen de medewerkers onderling ontstaan en corrigeert hij de stukken die zijn afdeling produceert voor andere diensten. Stukken, die hij nota bene zelf geschreven zou hebben, als zijn ondergeschikten niet zouden zijn aangenomen.
Meer mensen zijn langer bezig om hetzelfde resultaat te behalen. Zonder dat iemand de kantjes eraf loopt. De organisatie dijt steeds verder uit. Er is niemand die zich hier aan stoort of zich afvraagt of dit nu wel zo efficiënt is.

Als we geloof hechten aan deze oude wet van Parkinson, dan is de groei van het ambtenarenlegioen een autonoom fenomeen, waarop nauwelijks invloed valt uit te oefenen. Dat lijkt te kloppen. Meerdere kabinetten hebben zich in het verleden stuk gebeten op het uitdijende ambtenarenapparaat.
Het eerste kabinet Lubbers wilde in de jaren tachtig het aantal ambtenaren met twee procent per jaar laten afnemen. Voor sommige onderdelen van de rijksdienst werd echter een uitzondering gemaakt, waardoor de feitelijke reductie nauwelijks een procent bedroeg.
Het tweede kabinet Lubbers stelde zich ten doel ruim 20.000 arbeidsplaatsen te laten vervallen. Daarin is het kabinet voor een groot deel wel geslaagd, maar alleen dankzij privatisering van overheidstaken. Ondanks deze afslankoperaties namen de kosten van de rijksoverheid tussen 1980 en 1989 sterk toe. Onder meer door het inhuren van externe adviseurs om het verlies aan personeel te compenseren.
Al met al zijn de kabinetten Lubbers er nauwelijks in geslaagd om de groei van het ambtenarenapparaat in te dammen. In de jaren negentig groeide het ambtenarenapparaat versneld verder. De sterk groeiende economie en de kabinetten Kok I en II maakten dit mogelijk. En dus gebeurde het. Zolang de bomen tot in de hemel groeiden, had niemand er last van. Maar de bomen stopten met groeien en de burgers begonnen te morren. De in 2002 vermoorde politicus Pim Fortuyn had zijn populariteit mede te danken aan zijn voornemen het ambtenarenapparaat met maar liefst 25 procent in te krimpen. Hij heeft niet de kans gekregen zijn belofte waar te maken.

En nu blijkt dat ook het kabinet Balkenende II geen grip heeft op de ambtenarenplaag. Inmiddels werkt in Nederland een derde van alle werknemers voor de overheid (zonder de zorgsector mee te tellen). De overheidstaken zijn, volgens gegevens van het Centraal Bureau van de Statistiek, verdeeld over 3000 verschillende instanties. Dat is toch meer dan genoeg, zou je zeggen. Maar eigenlijk weet niemand meer hoe groot de overheid precies is, blijkt uit het onderzoek van de REA. Basisgegevens over de omvang van de overheid ontbreken. Dat is zorgwekkend.
Het kabinet Balkenende III staat voor de uitdaging allereerst licht te brengen in de schemerige wereld van de overheid en vervolgens eens flink te snijden in het ambtenarenapparaat. De wil is er, als we de verkiezingsprogramma’s mogen geloven. Eén overheidsinstantie kan er wat mij betreft nog wel bij. Zolang deze zich alleen maar bezighoudt met het daadwerkelijk afslanken van de overheid. Een Alfred-autoriteit zeg maar.

Herman Jansen,
auteur van het boek ‘De ambtenarenplaag’

Bestel dit boek. Klik hier




   

Het boek    
 
* verplicht in te vullen veld
: * Dhr. Mw.
Voorletter(s) : *
Naam : *
Organisatie :
Adres/Postbus : *
Postcode : *
Plaats : *
E-mail : *
 
bestelt *
 exemplaren van het boek "De Ambtenarenplaag"

Opmerkingen :

Anti Spam regel :